Nigeria zoekt ontvoerde moskeegangers
Het leger, de politie en de inlichtingendiensten begonnen woensdag met een gezamenlijke zoektocht naar mensen die vorige week tijdens het vrijdaggebed werden meegenomen. Over het aantal ontvoerden lopen de opgaven ver uiteen: bewoners spreken van zeshonderd, een lokale bestuurder houdt het op ruim zestig.

In Nigeria is woensdag een gezamenlijke zoekactie begonnen naar de mensen die vorige week vrijdag uit moskeeën werden meegenomen. President Bola Tinubu gaf opdracht aan het leger, de politie en de veiligheidsdienst om samen op te trekken.
De aanval was op vrijdag 21 augustus, midden in het gebed. Gewapende mannen vielen tegelijk vier dorpen aan in het district Borgu, in het westen van de deelstaat Niger: Dekara, Kpenya, Sabon-Gida en Gidan-Zana. Er gingen huizen in vlammen op, waaronder dat van het districtshoofd.
We zullen ons volk verdedigen, onze gemeenschappen beschermen en de heiligheid van het menselijk leven hooghouden.
Dat zei Tinubu bij zijn opdracht aan de diensten.

Zestig of zeshonderd
Hoeveel mensen zijn meegenomen, is de vraag die boven alles hangt. Bewoners en hulpverleners spreken over ongeveer zeshonderd mensen, voor het grootste deel vrouwen, kinderen en ouderen.
De voorzitter van het lokale bestuur van Borgu komt op een heel ander cijfer uit. Volgens hem gaat het om iets meer dan zestig ontvoerden en bijna dertig doden, die zondag zijn begraven. De autoriteiten zeggen zelf dat ze het aantal nog aan het vaststellen zijn.
Dat verschil is niet vreemd in dit gebied. De dorpen liggen afgelegen, een deel van de bewoners is gevlucht, en er is geen instantie die ter plaatse bijhoudt wie er wel en niet terug is. Tot de tellingen kloppen, staat elk getal onder voorbehoud.
Op basis van Nigeriaanse en internationale berichtgeving. De aantallen zijn niet onafhankelijk bevestigd.
Borgu ligt in het westen van de deelstaat Niger
- De deelstaat Niger
- Borgu, waar de dorpen liggen
- Grenzen van de deelstaten
Een video op zondag
Twee dagen na de aanval verscheen een video op Facebook en WhatsApp. Daarop zijn huilende kinderen te horen en spreekt een gewapende man in het Hausa de families van de gevangenen toe. Die beelden brachten de zaak landelijk onder de aandacht.
Mensenrechtenorganisatie Amnesty International drong daarna aan op een reddingsactie en wees op de traagheid waarmee de overheid tot dan toe reageerde.
Wie de daders zijn, is onduidelijk
Niemand heeft de aanval opgeëist. Het gebied rond Dekara was jarenlang in handen van de gewapende groep Ansaru, maar de laatste tijd hebben ook afsplitsingen van Boko Haram en de groep Lakurawa zich daar gevestigd. Dat maakt het toeschrijven van een aanval lastig.
Wat de groepen gemeen hebben, is de werkwijze: massale ontvoeringen die geld of ruil moeten opleveren, uit scholen, kerken en moskeeën. In januari werden in de deelstaat Kaduna nog 177 kerkgangers meegenomen, van wie een deel later wist te ontsnappen.
Tweeduizend mensen over de grens
Behalve de ontvoerden is er een tweede groep die uit beeld raakte. Zeker tweeduizend inwoners van het gebied vluchtten na de aanvallen naar buurland Benin, dat op enkele tientallen kilometers ligt.
Voor hen geldt hetzelfde als voor de zoektocht: zolang niet vaststaat wie er weg zijn en wie er zijn meegenomen, is niet te zeggen hoe groot deze aanval werkelijk was.
Maartje Vos
Maartje is hoofdredacteur van Nieuws.co en schrijft over politiek, klimaat en openbaar bestuur.


