Iran weert inspecteurs bij gebombardeerde atoomsites
Inspecteurs van het atoomagentschap mogen alleen nog naar de kerncentrale van Bushehr en een onderzoeksreactor in Teheran. De locaties die door de Verenigde Staten en Israël zijn gebombardeerd blijven dicht, tot er een afspraak ligt over inspecties na een oorlog.

Iran houdt de inspecteurs van het Internationaal Atoomenergieagentschap weg bij de nucleaire locaties die tijdens de oorlog met de Verenigde Staten en Israël zijn gebombardeerd. Alleen de kerncentrale van Bushehr en een onderzoeksreactor in Teheran blijven toegankelijk.
Dat zei parlementsvoorzitter Mohammad Bagher Ghalibaf woensdag. Volgens hem gaat het niet om een losse beslissing: het parlement nam er een wet voor aan, en de Hoge Raad voor Nationale Veiligheid nam een bijbehorend besluit.
Waar de inspecteurs nog wel en niet mogen komen
| Locatie | Toegang |
|---|---|
| Kerncentrale Bushehr | Ja |
| Onderzoeksreactor Teheran | Ja |
| Locaties die zijn gebombardeerd | Nee, tot er een nieuwe afspraak ligt |
De voorwaarde: eerst een protocol voor oorlogsschade
De baas van de Iraanse atoomorganisatie, Mohammad Eslami, gaf er een dag later de redenering bij. Er kan pas worden geïnspecteerd als er een goedgekeurd protocol ligt voor locaties die in een oorlog zijn geraakt, zei hij.
Zo n protocol bestaat niet. In het inspectiestelsel is nooit uitgewerkt hoe je een installatie controleert die net is gebombardeerd: wie er verantwoordelijk is voor de veiligheid van de inspecteurs, wat je meet in puin, en wat je doet met materiaal dat onder beton ligt.
Eslami verweet het agentschap daarnaast dat het de aanvallen niet heeft veroordeeld, en zei dat de organisatie door de tegenstanders van Iran wordt gebruikt om inlichtingen te verzamelen. Dat laatste verwijt is niet nieuw, maar het krijgt nu de vorm van beleid.
Waarom dit meer is dan een procedurekwestie
Het agentschap wil juist naar die locaties om twee dingen vast te stellen: hoe zwaar de schade is, en waar de voorraad hoogverrijkt uranium is gebleven. Zolang inspecteurs er niet komen, is dat laatste een open vraag.
Om wat voor hoeveelheid het gaat, is bekend van de laatste telling voor de aanvallen. Toen verifieerde het agentschap ruim 440 kilo uranium dat tot 60 procent was verrijkt. Wapenwaardig materiaal begint rond de 90 procent, dus dat is niet hetzelfde, maar de laatste stap is technisch de kortste.
Het agentschap rekent met significante hoeveelheden: ongeveer 42 kilo van dit materiaal is, verder verrijkt, genoeg voor één kernwapen. De voorraad die het laatst is geteld, staat daarmee voor een ordegrootte van tien.
Het meeste van dat materiaal lag volgens het agentschap opgeslagen in een ondergronds tunnelcomplex bij Isfahan. Of het daar nog ligt, of is verplaatst, of onder puin is komen te liggen, kan niemand van buiten vaststellen.
Dat is de kern van het probleem. Een programma dat niet wordt gecontroleerd, is niet per se een programma dat wordt uitgebreid, maar het is ook niet meer aantoonbaar beperkt. Elke inschatting wordt dan een kwestie van vertrouwen, en dat is precies wat er sinds de bombardementen niet meer is.

Cijfers van het Internationaal Atoomenergieagentschap, uit de laatste verificatie voor de aanvallen.
Het speelt niet op zichzelf
De opstelling past in een breder patroon. De Straat van Hormuz ligt nog grotendeels stil, de Amerikaanse blokkade van Iraanse havens duurt voort, en de gesprekken over heropening lopen via bemiddelaars als Oman, Qatar en Pakistan.
Ook de sanctiekwestie is niet opgelost. China noemde de herinvoering van VN-sancties tegen Iran eerder onwettig, en dat meningsverschil loopt nog altijd door de Veiligheidsraad heen.
Voor het atoomagentschap betekent de Iraanse stap dat het zijn belangrijkste taak in dit land voorlopig niet kan uitvoeren. Voor Iran is het een drukmiddel dat niets kost zolang er toch niet onderhandeld wordt.
Maartje Vos
Maartje is hoofdredacteur van Nieuws.co en schrijft over politiek, klimaat en openbaar bestuur.


