Camper duurder, kopers kiezen de caravan
Sinds 1 januari geldt voor kampeerauto’s het halftarief in de wegenbelasting in plaats van het kwarttarief. Een gangbare buscamper gaat daarmee van ongeveer 80 naar 160 euro per maand. De halfjaarcijfers laten zien wat dat doet: 8 procent minder gebruikte campers verkocht, terwijl de caravan bijna 10 procent groeide.

Camperbezit werd dit jaar in één keer twee keer zo duur in de wegenbelasting. Per 1 januari 2026 verviel het kwarttarief voor kampeerauto’s en kwam het halftarief in de plaats. Wie een camper op naam heeft, betaalt daarmee de helft van het gewone personenautotarief in plaats van een kwart.
De Belastingdienst schrijft het kort op: sinds 1 januari 2026 geldt voor uw kampeerauto het halftarief in plaats van het kwarttarief. Het gaat om alle voertuigen die bij de RDW als kampeerauto staan geregistreerd en die aan de inrichtingseisen voldoen.
De bedragen zijn een indicatie. Het exacte tarief hangt af van het gewicht, de brandstof en de provinciale opcenten, en die verschillen per provincie.
Wat je nu per maand betaalt
Hoeveel het scheelt, hangt af van de camper. Voor een gangbare dieselbuscamper tot 3.500 kilo komt de rekening in 2026 uit op ongeveer 160 euro per maand bij gebruik het hele jaar door. Onder het kwarttarief was dat rond de 80 euro. Bij zwaardere campers loopt het verschil op tot meer dan duizend euro per jaar.
Twee dingen bepalen daarnaast de uitkomst: het gewicht van de camper en de provincie waar de eigenaar woont, want elke provincie legt eigen opcenten op de wegenbelasting. Ook de brandstof telt mee, en diesel is duurder dan benzine.
De inrichtingseisen zijn geen formaliteit. Een camper moet een vaste kook- en slaapgelegenheid hebben en voldoen aan de eisen die sinds 1 mei 2002 gelden. Wie de keuken of het bed eruit haalt, verliest niet het halftarief maar het hele voordeel, en betaalt dan het volle personenautotarief.
De markt reageerde binnen een halfjaar
De cijfers over de eerste zes maanden van dit jaar laten zien waar dat op uitkomt. Van de gebruikte campers wisselden er 8.889 van eigenaar, tegen 9.667 in dezelfde periode vorig jaar. Dat zijn 778 verkopen minder, een daling van 8 procent. Nieuwe campers bleven vrijwel gelijk: 1.853 registraties tegen 1.888.
Camper zakt, caravan groeit: eerste halfjaar 2025 tegen 2026
Bij caravans gebeurde het omgekeerde. Daar kwamen 4.805 nieuwe exemplaren op de weg, 9,8 procent meer dan de 4.376 van vorig jaar. Ook gebruikte caravans deden het beter, met 8.277 tegen 8.120. De caravan zet daarmee een comeback voort die al langer loopt.
Kamperen is populairder dan ooit. Mensen willen vrijheid, natuur en flexibiliteit.
Dat zijn de woorden van BOVAG-voorzitter Marjolijn Wegkamp bij de halfjaarcijfers. De belangstelling voor kamperen is er dus wel, maar die verplaatst zich naar de goedkopere optie. Een caravan kost geen wegenbelasting zolang hij achter de auto hangt, en dat verschil weegt zwaarder nu de vaste lasten van een camper stijgen.
BOVAG en de keuringsinstantie KCI wijzen bij de daling eerst op normalisatie na de coronajaren, toen reizen met eigen spullen een golf aan camperkopers opleverde. Daarnaast noemen ze het halftarief, de brandstofprijzen en de milieuzones als drempels, vooral voor wie een gebruikte camper overweegt.
Huren in plaats van bezitten
Voor een deel van de camperaars is de rekensom daarmee omgeslagen. Wie een paar weken per jaar op reis gaat, betaalt de rest van het jaar wegenbelasting, verzekering, stalling en onderhoud voor een voertuig dat stilstaat. Huren schuift die vaste lasten naar de weken dat de camper daadwerkelijk rijdt.

Op verre bestemmingen is huren de enige mogelijkheid. Wie een grote rondreis wil maken, kan een camper huren in Canada, met ophaalpunten in steden als Vancouver, Calgary en Toronto. Het seizoen loopt daar van mei tot oktober. Voor juli en augustus zijn de campers vaak bijna een jaar vooruit vergeven. Buiten die maanden liggen de prijzen lager, soms rond 60 tot 100 euro per nacht.
Huren heeft ook een prijs. In de Nederlandse zomervakantie zijn de tarieven het hoogst en zijn de populaire modellen in juni al grotendeels weg. Voor wie meer dan een paar weken per jaar rijdt, blijft bezit meestal goedkoper, ook met het halftarief erbij.
Oldtimers verliezen hun vrijstelling in 2028
Voor de oudste campers geldt nog een uitzondering. Voertuigen van veertig jaar en ouder betalen helemaal geen wegenbelasting, en dat raakt de klassieke bussen die als camper zijn ingeschreven.
Die regeling gaat op slot. De mrb-vrijstelling voor oldtimers geldt vanaf 1 januari 2028 alleen nog voor voertuigen met een datum eerste toelating van vóór 1 januari 1988, staat in de regeling van de Rijksoverheid. Een camper uit 1989 wordt in 2029 dus wel veertig jaar oud, maar krijgt de vrijstelling niet meer.
Terugkeuren blijft voorlopig mogelijk
Een tweede dossier hield camperaars dit jaar bezig. Minister Vincent Karremans van Infrastructuur wilde het administratief terugkeuren van gewicht helemaal verbieden. Bij terugkeuren zet de eigenaar de toegestane maximummassa op papier lager dan wat het voertuig technisch kan dragen.
Voor campers is dat geen truc maar de manier om onder de 3.500 kilo te blijven, de grens van het gewone rijbewijs B. Veel campers worden geleverd met een constructie die op papier boven die grens uitkomt. De minister mikte vooral op bestelbussen van pakketbezorgers die zo gewichtsbeperkingen omzeilen.
Op 2 juli stak de Tweede Kamer daar een stokje voor. Een motie van Stoffer en Flach (SGP) en Goudzwaard (JA21) draagt de minister op eerst met de sector te overleggen, de gevolgen in kaart te brengen, alternatieven te bekijken en geen onomkeerbare stappen te zetten. Alle fracties behalve de Partij voor de Dieren stemden voor.
BOVAG, KCI en de camperclub NKC noemden het voorgenomen verbod niet in verhouding, omdat harde cijfers over extra onveiligheid door terugkeuren ontbreken. Ook eigenaren van elektrische auto’s met een caravan erachter hebben er belang bij, want die auto’s zijn zwaar en lopen snel tegen de grens van de combinatie aan.
Peiling
Wat doet het hogere campertarief met uw plannen?
- Ik verkoop of overweeg te verkopen24%318
- Ik houd mijn camper gewoon56%742
- Ik huur liever dan bezit20%264
1.324 stemmenNiet representatief, alleen een peiling onder lezers.
Wat camperbezitters nu kunnen nagaan
Drie dingen zijn concreet te controleren. Reken het eigen tarief uit met de rekenmodule van de Belastingdienst, want gewicht, brandstof en provincie maken het verschil van honderden euro’s per jaar. Controleer daarna of de camper nog aan de inrichtingseisen voldoet, want zonder vaste keuken en slaapplaats vervalt het bijzondere tarief helemaal.
En reken het derde punt eerlijk door: hoeveel weken per jaar rijdt de camper echt? Bij een paar weken vakantie per jaar komt huren in de buurt van bezit, en bij een verre rondreis is het de enige route. Voor wie maandenlang op weg is, blijft de eigen camper de goedkoopste oplossing, ook tegen het halftarief.
Sander de Groot
Sander is econoom en schrijft voor Nieuws.co over de economie, de beurs en het bedrijfsleven.


