Westnijlvirus verspreidt zich EU-breed
Europa telt dit muggenseizoen al ruim duizend besmettingen met het westnijlvirus, verspreid over 15 landen. Italië, Griekenland en Spanje zijn het zwaarst getroffen. Ook in Nederland vielen besmettingen en een dode.

Europa telt dit muggenseizoen 1.086 besmettingen met het westnijlvirus, verspreid over 15 landen. Dat meldt de NOS op basis van cijfers van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC). Het virus verspreidt zich via muggen die eerst besmette vogels hebben gestoken.
Italië telt met 516 gevallen verreweg de meeste besmettingen, gevolgd door Griekenland met 284 en Spanje met 88. De ECDC-cijfers gaan alleen over besmettingen die mensen in Europa zelf opliepen. Eind augustus stond de Europese teller nog op 877 gevallen: het virus rukt dus in korte tijd flink op.
Westnijlvirus-besmettingen per land dit seizoen
| Land | Besmettingen |
|---|---|
| Italië | 516 |
| Griekenland | 284 |
| Spanje | 88 |
| Overige 12 landen samen | 198 |
Klimaatverandering duwt het virus naar het noorden
Klimaatwetenschapper Wim Thiery van de VUB noemt de opmars het gezicht van klimaatverandering. "Het opduiken van tropische ziektes in Europa is een van de vele logische gevolgen van onze verslaving aan olie, kolen en gas," zei hij tegen VRT NWS. Warme, droge zomers en zachte winters houden muggen langer actief en laten het virus sneller vermenigvuldigen in de mug.
Onderzoeker Diana Erazo, verbonden aan de VUB en de ULB, bevestigt dat klimaatverandering een grote rol speelt in de opmars van het virus door Zuidoost-Europa. Nu gaat het vooral om het Middellandse Zeegebied en de Balkan als rode zones, maar volgens Thiery is een verdere opschuiving richting Noordwest-Europa niet uitgesloten.
Het westnijlvirus werd voor het eerst vastgesteld in 1937, bij een koortsige vrouw in het West-Nijldistrict van Oeganda. Pas bij een uitbraak in Israël in 1957 bleek het virus ook ernstige hersenvliesontsteking bij ouderen te kunnen veroorzaken. Grote uitbraken in Roemenië, Rusland en de Verenigde Staten volgden eind jaren negentig; in 1999 bereikte het virus New York.

Ook in Nederland doden
In Nederland zijn negen besmettingen vastgesteld die hier zijn opgelopen, onder meer in de provincies Utrecht, Noord-Brabant, Noord-Holland en Zuid-Holland. Een man van 78 uit de provincie Utrecht overleed aan de gevolgen; hij had een onderliggende aandoening.
Een tweede dodelijk slachtoffer, een vrouw uit Drenthe, telt niet mee in het Nederlandse aantal: zij liep het virus op in Zuidoost-Europa. Eerder deze zomer kreeg ook een vrouw uit Amstelveen een hersenvliesontsteking door het virus, bij haar was het al het vierde binnenlandse geval van dit jaar.
Het eerste Nederlandse geval van dit jaar kwam begin augustus aan het licht via een bloeddonatie bij Sanquin, van een donor uit de provincie Utrecht. Een deel van het bloedproduct uit die donatie was op dat moment al aan een patiënt toegediend. Sinds 14 augustus test Sanquin daarom standaard alle bloeddonaties uit de provincie Utrecht en de Gooi- en Vechtstreek op het virus.
Geen vaccin, wel goede zorg mogelijk
Voor mensen bestaat er geen vaccin tegen het westnijlvirus, alleen voor paarden. Een specifieke behandeling is er niet: artsen kunnen bij een ernstig beloop alleen ondersteunende zorg bieden, met infuusvocht, beademing en behandeling van eventuele complicaties. De tijd tussen besmetting en de eerste klachten ligt doorgaans tussen de drie en veertien dagen. De diagnose wordt gesteld met een PCR-test of bloedonderzoek naar antistoffen.
Meeste besmette mensen merken er niets van
Het virus gaat van vogels via gewone steekmuggen naar mensen en dieren. Ongeveer 80 procent van de besmette mensen krijgt geen klachten. Bij 19 procent ontstaan milde griepachtige verschijnselen. Bij zo'n 1 procent leidt de besmetting tot een ernstige ontsteking van de hersenen of het ruggenmerg. Ouderen en mensen met een verzwakt afweersysteem lopen het grootste risico op een ernstig beloop.

Nieuws.co
Dit artikel is samengesteld door onze redactie.


