Wereld · Verenigde Staten

Complottheorieën 9/11: wij zochten het uit

Vijfentwintig jaar na de aanslagen van 11 september 2001 circuleren nog altijd complottheorieën over wat er die dag echt gebeurde. Nieuws.co zocht de bekendste beweringen uit en legt ze naast de officiële onderzoeken, van het instorten van WTC 7 tot verdachte aandelenhandel.

Een kleine Amerikaanse vlag op de rand van het 9/11-monument in New York, met de namen van slachtoffers gegraveerd in het brons
Een kleine Amerikaanse vlag op de rand van het 9/11-monument in New York, met de namen van slachtoffers gegraveerd in het brons

Elk jaar rond 11 september duiken ze weer op: de complottheorieën over de aanslagen op de Twin Towers en het Pentagon. Sommige beweringen zijn compleet verzonnen, andere zijn gebaseerd op een echt feit dat verkeerd wordt uitgelegd. Nieuws.co zocht de bekendste beweringen uit en zet ze naast wat onafhankelijk onderzoek daadwerkelijk heeft vastgesteld.

De instorting van WTC 7: geraakt door geen enkel vliegtuig

WTC 7 werd niet door een vliegtuig geraakt, maar stortte urenlang na de Twin Towers toch in, urenlang. Dat maakt het gebouw een vaste ingang voor complotdenkers. Het Amerikaanse standaardeninstituut NIST onderzocht de instorting jarenlang en concludeerde dat brand de oorzaak was: puin van de Noordtoren stak op meerdere verdiepingen brand, waardoor vloerbalken en liggers thermisch uitzetten. Rond de 400 graden Celsius werd een ligger op de dertiende verdieping van zijn steunpunt geduwd, vlak bij kolom 79. Die kolom knikte, waarna een cascade van vloerbreuken de buitenste kolommen over negen verdiepingen zonder steun liet.

NIST verbergt de vrije val niet: het instituut erkent dat de noordgevel van het gebouw ongeveer 2,25 seconden in vrije val naar beneden kwam, wat volgens de onderzoekers past bij buitenkolommen die hun draagkracht plotseling verliezen nadat kolom 79 al was bezweken. Het instituut stelt uitdrukkelijk dat er geen ontploffingen binnen het gebouw plaatsvonden en dat er geen bewijs is gevonden dat thermiet is gebruikt om kolommen te laten bezwijken.

Brandweerlieden die "explosies" hoorden

Tientallen brandweerlieden verklaarden achteraf harde knallen te hebben gehoord rond het moment van instorten, en sommigen gebruikten daarbij het woord explosie. NIST nam die verklaringen serieus mee in het onderzoek, maar concludeerde dat het geluidsniveau dat getuigen rapporteerden niet overeenkomt met wat een explosie zou moeten produceren om de kritieke kolom te laten bezwijken: dat zou volgens de berekeningen van het instituut 130 tot 140 decibel op minstens 800 meter afstand vereisen. Op de geluidsband van videobeelden van de instorting zelf zijn geen knalgeluiden van een explosie te horen.

Waar kwam het "gesmolten staal" dan vandaan?

Een ander vast onderdeel van de theorie: gesmolten metaal in het puin zou bewijzen dat er explosieven zijn gebruikt. Volgens NIST was het gesmolten materiaal aluminium van de vliegtuigrompen, dat al smelt tussen de 475 en 640 graden Celsius, ruim onder het smeltpunt van staal van ongeveer 1500 graden. Vermengd met brandend kantoormeubilair en tapijt gaf dat de oranje gloed die op beelden te zien is.

Dat sluit aan bij een veelgehoorde denkfout: "vliegtuigbrandstof kan geen staal laten smelten." NIST heeft dat ook nooit beweerd. De conclusie was altijd dat brand het staal verzwakte, niet liet smelten: staal verliest ongeveer de helft van zijn sterkte bij zo'n 600 graden, ruim onder het smeltpunt. Staal hoeft niet te smelten om te bezwijken. Voor thermiet als verklaring rekende NIST bovendien uit dat daar honderden kilo's van verspreid door het gebouw nodig zouden zijn geweest, met minutenlang rechtstreeks contact per sectie: fysiek onverenigbaar met de snelheid van de werkelijke instorting.

Het Pentagon: "geen vliegtuig" tegen het bewijsmateriaal in

De bewering dat er geen vliegtuig het Pentagon raakte, staat haaks op het bewijsmateriaal: rompdelen waaronder een fragment met het opschrift "American Airlines, Inc.", een neuswiel, landingsgestel en motoronderdelen, beide zwarte dozen, DNA-identificatie van alle 59 inzittenden en de vijf kapers, radargegevens die de vlucht volgden, en tientallen ooggetuigen die de nadering en inslag zagen.

Vlucht 93: cockpitopnames tegen het "neergeschoten"-verhaal

Bij Shanksville in Pennsylvania stortte vlucht 93 neer nadat passagiers de cockpit bestormden, aldus de 9/11-commissie. Complotdenkers stellen dat het toestel is neergeschoten. Beide vluchtrecorders werden intact geborgen, met volledige cockpitgeluid, snelheid, hoogte en koers. Telefoontjes van passagiers naar familie tijdens de vlucht zijn bevestigd door de telefoonmaatschappijen. DNA identificeerde alle slachtoffers en kaper Ziad Jarrah. Dat het wrakstuk sterk verspreid lag, past bij een inslag op zo'n 940 kilometer per uur, niet bij een raketinslag.

Verdachte aandelenhandel: de enige theorie die niet helemaal is opgehelderd

Vlak voor de aanslagen kocht een ongewoon groot aantal handelaren zogeheten putopties, weddenschappen dat het aandeel United Airlines en American Airlines zou dalen. De 9/11-commissie onderzocht 9,5 miljoen transacties bij 103 bedrijven en concludeerde dat er geen bewijs is gevonden van handel op basis van voorkennis van de aanslagen.

Een Boeing 737 van United Airlines in de lucht tegen een strakblauwe hemel, met het landingsgestel nog uit
Vlak voor 11 september 2001 kocht een opvallend groot aantal handelaren putopties op het aandeel United Airlines.

Toch is dit, eerlijk gezegd, de enige bewering in dit overzicht waarvan het antwoord niet volledig sluitend is: één handelaar kocht op 7 september 2001 meer dan een derde van alle putopties op United Airlines, een positie die achteraf zeer winstgevend bleek. Autoriteiten herleidden destijds de opvallendste transacties naar oorzaken die niets met de aanslagen te maken hadden, maar niet elke individuele transactie is voor alle onderzoekers tot volle tevredenheid opgehelderd.

Silverstein en de verzekering: geen slim plan, wel een langlopend proces

Portret van vastgoedondernemer Larry Silverstein in pak met rode stropdas, met de skyline van New York op de achtergrond
Vastgoedondernemer Larry Silverstein, de erfpachter van het World Trade Center.

Vastgoedondernemer Larry Silverstein tekende zes weken voor de aanslagen, in juli 2001, een erfpachtcontract van 99 jaar op het World Trade Center en sloot ongeveer twee maanden voor 11 september een terrorisme- en schadeverzekering af bij een syndicaat van 23 verzekeraars. Voor een aankoop van 3,2 miljard dollar is dat geen ongewone timing, maar standaardpraktijk: iedere nieuwe erfpachter zou een asset van die omvang meteen verzekeren.

Na de aanslagen spande Silverstein een rechtszaak aan met de vraag of de aanval gold als één gebeurtenis of als twee, omdat elke toren apart was geraakt, voor een dubbele uitkering. De uitkomst was gemengd: een eerste jury oordeelde dat het om één gebeurtenis ging, een latere jury oordeelde voor een deel van de polissen dat het er twee waren. De uiteindelijke schikking in 2007 kwam uit op 4,55 miljard dollar, ruim onder het theoretische maximum van ongeveer 7 miljard bij een volledige verdubbeling. De verzekeringsgelden moesten van rechtswege naar de wederopbouw van de site, niet naar Silverstein persoonlijk.

Silverstein miste zelf op de ochtend van 11 september het gebruikelijke ontbijt in restaurant Windows on the World, op de bovenste verdiepingen van de Noordtoren: hij had die ochtend een afspraak bij de huidarts, ingepland door zijn vrouw. Een persoonlijk toeval, geen aanwijzing voor voorkennis.

De verzonnen mythe van gewaarschuwde Joodse werknemers

Een aparte en veel kwalijkere claim stelt dat vierduizend Joodse werknemers vooraf zouden zijn gewaarschuwd om die dag niet naar hun werk in het World Trade Center te komen. Deze bewering is compleet verzonnen. Volgens de Anti-Defamation League ontstond het gerucht in de Arabische wereld en noemt de organisatie het ronduit absurd: onder de slachtoffers van de instorting van de Twin Towers waren immers tientallen Joodse werknemers, stuk voor stuk bij naam gedocumenteerd.

Goud onder het puin, niet stiekem weggehaald

Onder 4 World Trade Center lag een kluis van de Bank of Nova Scotia met zo'n 375 miljoen dollar aan goud, ongeveer 12 ton, en zilver, in eigendom van grondstoffenbeurs COMEX. Dat edelmetaal werd pas ongeveer zeven weken na de aanslagen geborgen, simpelweg omdat het gebouw eerst gesloopt moest worden: geen enkele aanwijzing dat het van tevoren is weggehaald. Een verband met Pennsylvania, waar vlucht 93 neerstortte, is nergens terug te vinden; vermoedelijk worden hier twee losse verhalen door elkaar gehaald.

De BBC die een instorting "voorspelde"

Op de dag zelf meldde de BBC om 16.54 uur dat WTC 7 was ingestort, terwijl het gebouw pas om 17.20 uur echt viel: 26 minuten later, en nog gewoon zichtbaar op de achtergrond van het beeld. Voor complotdenkers is dat bewijs van voorkennis. De echte verklaring is minder sensationeel: op de chaotische middag van 11 september meldden CNN en persbureaus als Reuters al vanaf ongeveer 16.15 uur dat het gebouw in brand stond en dreigde in te storten. De BBC baseerde zich op datzelfde verwarde, snel veranderende beeld.

BBC-redacteur Richard Porter reageerde jaren later zelf op de kwestie: "Niemand vertelde ons wat we moesten zeggen of doen op 11 september. Niemand had ons van tevoren verteld dat gebouwen zouden instorten." En: "Als we meldden dat het gebouw was ingestort voordat dat gebeurd was, was dat een fout, meer niet."

Waarom lagen de namen van de kapers zo snel op straat

Ook de snelheid waarmee de daders werden geïdentificeerd, geldt voor sommigen als verdacht. Die snelheid is echter goed te verklaren: de Amerikaanse douane kreeg naar eigen zeggen tegenover de 9/11-commissie al binnen ongeveer drie kwartier de passagierslijsten van de vier vluchten van de luchtvaartmaatschappijen. Twee kapers, Khalid al-Mihdhar en Nawaf al-Hazmi, werden meteen herkend omdat hun namen al op een terrorismewaarschuwingslijst stonden, een gevolg van eerdere inlichtingen die overigens zelf een aparte, echte kwestie vormden over gemiste signalen voor de aanslagen. De volledige, publieke lijst van negentien verdachte kapers maakte de FBI pas drie dagen later bekend, op 14 september, niet binnen het uur zoals soms wordt beweerd.

De Patriot Act: geen complot, wel een reëel punt van kritiek

Niet elke opvallende gebeurtenis na 11 september is een verzonnen mythe. Een feit dat regelmatig wordt aangehaald, klopt gewoon: president Bush tekende op 26 oktober 2001, 45 dagen na de aanslagen, de Patriot Act. Het wetsvoorstel van 363 pagina's werd dezelfde dag nog door het Huis van Afgevaardigden behandeld, zonder de gebruikelijke commissiebehandeling, kreeg de dag erna groen licht van de Senaat en ging binnen 48 uur naar de president.

President George W. Bush ondertekent de Patriot Act aan een bureau in de East Room van het Witte Huis, omringd door senatoren en Congresleden
President Bush ondertekent de Patriot Act op 26 oktober 2001 in de East Room van het Witte Huis.

Die haast leverde destijds al kritiek op uit het Congres zelf. Democratisch afgevaardigde Bobby Scott zei achteraf over het wetgevingsproces: "Niemand heeft echt de kans gehad om naar het wetsvoorstel te kijken om te zien wat erin staat." De wet verruimde onder meer de bevoegdheid om telefoon- en internetgegevens te vorderen en bedrijfsdossiers op te vragen zonder dat daar individuele verdenking van een misdrijf voor nodig was, wat burgerrechtenorganisaties als de ACLU en EFF jarenlang bleef bekritiseren. Onderdeel 215 van de wet vormde later de wettelijke basis voor het grootschalige verzamelen van Amerikaanse telefoongegevens door de NSA, dat in 2013 door klokkenluider Edward Snowden werd onthuld. Voor de aanslagen zelf bestaat geen bewijs dat de wet al kant-en-klaar op de plank lag: wel diende de regering-Bush er in de weken na 11 september actief op aan, en werd het uiteindelijke voorstel in recordtempo door het Congres gejaagd.

Vijfentwintig jaar later blijven deze theorieën hardnekkig online circuleren, ondanks dat vrijwel elke technische claim is onderzocht en weerlegd door onafhankelijke instanties, van NIST tot de Amerikaanse parlementaire 9/11-commissie. Wat overblijft, is vooral één eerlijk erkende onzekerheid: niet elke verdachte effectentransactie in de dagen voor de aanslagen is tot in detail opgehelderd, al vond geen enkel onderzoek een link met de daders zelf.

Redactie

Nieuws.co

Dit artikel is samengesteld door onze redactie.

Over de redactie
Dagelijkse nieuwsbrief

Het laatste nieuws? Nu elke ochtend in je inbox.

Om 7 uur een korte mail met alles wat je moet weten om je dag te beginnen.